Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gemachtigde: [gemachtigde] ,
Rechtbank Overijssel
Eiseres, een producent van diepgevroren visproducten, maakte bezwaar tegen definitieve aanslagen zuiveringsheffing over de jaren 2013, 2014 en 2015, opgelegd door het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn namens het Waterschap Zuiderzeeland. De aanslagen waren gebaseerd op vervuilingseenheden, berekend op grond van onderzoeksresultaten van het waterschap, die afweken van de door eiseres aangeleverde meetgegevens.
Verweerder had de onderzoeksresultaten van eiseres terzijde geschoven vanwege een afwijking van meer dan 25% ten opzichte van de controlemetingen van het waterschap, conform beleidsregels. Eiseres stelde dat zij te laat was geïnformeerd over het afkeuren van haar gegevens en dat zij daardoor in bewijsnood was gebracht. Tevens betwistte zij de redelijkheid van de 25%-grens en voerde zij aan dat verweerder de bewijslast droeg om de onjuistheid van haar meetresultaten aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat het waterschap binnen de wettelijke kaders en beleidsregels bevoegd was om bij een afwijking van meer dan 25% zonder nader onderzoek de meetresultaten van eiseres terzijde te schuiven. Er was geen bewijs dat de meetresultaten van het waterschap onjuist waren verkregen. Ook was er geen sprake van bewijsnood bij eiseres, aangezien zij via een digitaal loket de gegevens van verweerder kon inzien. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de aanslagen bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de aanslagen zuiveringsheffing en verklaart het beroep ongegrond.