ECLI:NL:RBOVE:2018:3429

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 september 2018
Publicatiedatum
20 september 2018
Zaaknummer
C/08/219529 / ES RK 18-2829
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 4 RvArt. 4 lid 1-3 RvArt. 10:86 BWArt. 815 RvArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding geregistreerd partnerschap wegens emigratie en internationaal erkenningsbelang

Verzoekers zijn in Heerenveen een geregistreerd partnerschap aangegaan en hebben twee minderjarige kinderen met gezamenlijk ouderlijk gezag. Na emigratie naar Duitsland ondervinden zij problemen omdat hun partnerschap daar niet wordt erkend, wat leidt tot hogere belastingen en praktische belemmeringen, waaronder het niet mogen reizen met de kinderen.

Hoewel verzoekers duurzaam ontwrichting stelden, voldoet hun situatie niet aan de wettelijke criteria daarvoor. Zij willen het partnerschap ontbinden om te kunnen trouwen, omdat een huwelijk internationaal wel wordt erkend. Ze vroegen ontheffing van het ouderschapsplan omdat hun intentie niet is het gezin te ontbinden.

De rechtbank oordeelt dat ondanks het ontbreken van duurzame ontwrichting en een ouderschapsplan, het redelijk belang van verzoekers om te trouwen in het buitenland zwaarder weegt. Niet-ontvankelijkheid zou strijdig zijn met artikel 8 EVRM Pro over het recht op gezinsleven. De ontbinding wordt uitgesproken en het convenant wordt aan de beschikking gehecht.

Uitkomst: Geregistreerd partnerschap ontbonden ondanks ontbreken duurzame ontwrichting vanwege redelijk belang verzoekers om te trouwen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer: C/08/219529 / ES RK 18-2829 (ha)
beschikking van 14 september 2018
inzake
[verzoeker],
en
[verzoekster],
beiden wonende te [woonplaats] ,
verzoekers,
advocaat: mr. L.M. Ligtvoet-van Tuijn,

1.Het procesverloop

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 26 juni 2018 ontvangen verzoek, met bijlagen.
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 27 augustus 2018. Ter zitting zijn verschenen: verzoekers, bijgestaan door mr. Ligtvoet-van Tuijn.

2.De feiten

2.1.
Verzoekers zijn op [datum] te Heerenveen met elkaar een geregistreerd partnerschap aangegaan. Tussen verzoekers gelden partnerschapsvoorwaarden.
2.2.
Uit het geregistreerd partnerschap zijn geboren de minderjarigen
[A], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , en
[B], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] .
De man heeft de minderjarigen erkend. Verzoekers hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over de beide minderjarige kinderen.
2.3.
Verzoekers hebben de Nederlandse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
Verzoekers hebben de ontbinding van hun geregistreerd partnerschap verzocht. Tevens hebben zij verzocht het door hen getekende convenant deel te laten uitmaken van de te geven beschikking.
3.2.
Verzoekers hebben gesteld dat hun geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht. Ter onderbouwing van hun verzoek hebben partijen de volgende omstandigheden gesteld. Partijen zijn in september 2017 naar Duitsland geëmigreerd. Het geregistreerd partnerschap wordt in Duitsland niet erkend en zij lopen hierdoor tegen diverse financiële, praktische en maatschappelijke problemen aan. Zo worden zij, omdat zij als alleenstaanden worden aangemerkt, hoger aangeslagen voor diverse belastingen en premies. Verzoekers en hun kinderen worden niet als gezin gezien, maar de kinderen van partijen worden als buitenechtelijk beschouwd. Het is de man niet toegestaan om zelf met de kinderen naar het buitenland te reizen.
Verzoekers hebben overwogen het geregistreerd partnerschap om te zetten in een huwelijk, maar hen is te kennen gegeven dat dit evenmin zou worden erkend, omdat daar nog immer het geregistreerd partnerschap aan ten grondslag zou liggen. Ten bewijze van hun stellingen hebben verzoekers ieder een uittreksel uit het equivalent van de Duitse gemeentelijke basisadministratie overgelegd, te weten een zogenoemde “Aufenthaltsbescheinigung” waaruit blijkt dat zij bij het onderdeel burgerlijke staat “Familienstand” geregistreerd zijn als alleenstaande “ledig”.
Verzoekers willen daarom hun geregistreerd partnerschap ontbinden om vervolgens met elkaar in het huwelijk te treden.
3.3.
Verzoekers hebben uitdrukkelijk ontheffing verzocht voor het indienen van een ouderschapsplan. Partijen hebben verklaard na de ontbinding van het geregistreerd partnerschap met elkaar in het huwelijk te willen treden. Deze intentie van partijen verhoudt zich niet tot de ratio van de verplichting tot het opstellen van een ouderschapsplan.
3.4.
Verzoekers hebben de vermogensrechtelijke gevolgen van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap geregeld en neergelegd in een convenant. Zij hebben verzocht dit convenant deel te laten uitmaken van de te geven beschikking.

4.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Het geregistreerd partnerschap is in Nederland aangegaan, zodat de Nederlandse rechter op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) juncto artikel 4 lid Pro 1-3 Rv rechtsmacht toekomt om te oordelen over het verzoek tot ontbinding ervan.
4.2.
Krachtens artikel 10:86 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot ontbinding daarvan.
Ontvankelijkheid
4.3.
De in artikel 815 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gemelde bescheiden, met uitzondering van een ouderschapsplan, zijn als bijlagen bij het verzoekschrift gevoegd.
De ontbinding
4.4.
Verzoekers hebben weliswaar gesteld dat hun geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht maar uit de door hen gegeven toelichting wordt naar het oordeel van de rechtbank formeel niet voldaan aan de daaraan ten grondslag liggende criteria dat er geen uitzicht bestaat op herstel van behoorlijke echtelijke verhoudingen en dat voortzetting van hun samenleving ondraaglijk is geworden.
Doel van het verzoek van partijen is immers dat hun geregistreerd partnerschap wordt beëindigd om vervolgens met elkaar een huwelijk aan te gaan dat internationaal zonder meer erkend zal worden.
4.5.
Ter zitting hebben verzoekers hun verzoek toegelicht aldus, dat zij bij het aangaan van een geregistreerd partnerschap nog geen emigratieplannen hadden en dat zij voorts onbekend waren met de mogelijke internationale consequenties van een geregistreerd partnerschap. Er bestaan volgens verzoekers in hun situatie geen alternatieve manieren, anders dan het onderhavige verzoek, om tot een huwelijk met elkaar te komen dat internationaal wel wordt erkend.
4.6.
Naar het oordeel van de rechtbank hebben verzoekers, ondanks het ontbreken van de duurzame ontwrichting en het in artikel 815 Rv Pro vereiste ouderschapsplan, een redelijk belang om hun geregistreerd partnerschap te ontbinden om vervolgens met elkaar in het huwelijk te kunnen treden. Om verzoekers niet-ontvankelijk te verklaren acht de rechtbank, met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen, niet verenigbaar met de uit artikel 8 EVRM Pro voortvloeiende verplichting van de nationale autoriteiten, onder wie de rechter, zich zoveel mogelijk in te spannen om het recht op ‘family life’ tussen ouders en hun kinderen mogelijk te maken. De rechtbank is van oordeel dat van verzoekers niet kan worden gevergd dat zij een ouderschapsplan overleggen. In de onderhavige situatie is immers geen sprake van een situatie waarbij voorzieningen voor de kinderen dienen te worden getroffen omdat het gezin uit elkaar is.
4.7.
De rechtbank zal het geregistreerd partnerschap van verzoekers ontbinden en het door hen getekende convenant zal de rechtbank aan deze beschikking hechten, zodat de inhoud ervan deel uitmaakt van deze beschikking.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
spreekt uit de ontbinding van het geregistreerd partnerschap tussen partijen,
op [datum] te Heerenveen aangegaan;
5.2.
bepaalt dat de inhoud van het aangehechte convenant deel uitmaakt van deze beschikking;
5.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, behoudens voor zover het de ontbinding van het geregistreerd partnerschap betreft.
Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. M.H. van der Lecq en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2018 in tegenwoordigheid van H.E. Abbink, griffier.