ECLI:NL:RBOVE:2018:347

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 januari 2018
Publicatiedatum
6 februari 2018
Zaaknummer
C/08/213278 / KG ZA 18-24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • G.G. Vermeulen
  • G. van Eerden
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot schorsing geplande openbare executieverkoop wegens eigendomsgeschil

Op 6 en 7 december 2017 legde de Ontvanger van de Belastingdienst bodembeslag op roerende zaken in een pand te Enschede, in gebruik bij diverse vennootschappen waaronder Procede en Innovation Dome Exploitation B.V., vanwege belastingschulden van ruim een miljoen euro. De openbare executieverkoop van deze goederen stond gepland op 25 januari 2018.

Innovation Dome B.V. vorderde in kort geding dat de Ontvanger werd verboden de executieverkoop door te laten gaan, stellende dat de goederen eigendom van Innovation Dome waren en onrechtmatig werden verkocht. De Ontvanger betwistte dit en stelde dat de goederen eigendom waren van Procede, waarop het beslag was gelegd.

De voorzieningenrechter oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat de goederen rechtsgeldig eigendom waren van Innovation Dome en dat de beslaglegging daarom terecht was. Daarbij werd meegewogen dat dezelfde persoon bestuurder en aandeelhouder was van beide vennootschappen en dat de goederen al jaren door Procede werden gebruikt en betaald. Ook het late tijdstip van het kort geding en het ontbreken van een onderbouwing van de eigendomsoverdracht kwamen voor rekening van Innovation Dome.

Het belang van de Ontvanger bij het doorgaan van de executieverkoop, mede gezien de gemaakte kosten en getroffen maatregelen, woog zwaarder dan het belang van Innovation Dome. De vordering werd afgewezen en Innovation Dome werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot schorsing van de openbare executieverkoop wordt afgewezen en Innovation Dome wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer: C/08/213278 / KG ZA 18-24
Vonnis in kort geding van 25 januari 2018
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INNOVATION DOME B.V.,
gevestigd te Enschede,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INNOVATION DOME EXPLOITATION B.V.,
gevestigd te Enschede,
eiseressen,
advocaat mr. C.P.B. Kroep te Enschede,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST / KANTOOR ENSCHEDE,
gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,
gedaagde,
vertegenwoordigd door mevrouw [A] en de heer [B] , beiden in dienst van de Ontvanger van de Belastingdienst, kantoor Enschede.
Partijen zullen hierna Innovation Dome, dan wel afzonderlijk Innovation Dome B.V. en Innovation Dome Explotation en de Ontvanger genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • mondelinge behandeling
  • een drietal ter zitting overgelegde overeenkomsten.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 6 en 7 december 2017 heeft de Ontvanger bodembeslag gelegd op alle roerende zaken die zich bevonden in de ruimten in de onroerende zaak, staande en gelegen aan de
Vlierstraat 111 te Enschede, in gebruik van Procede Projects B.V., Procede Products B.V., Procede Holding B.V., Procede Process Simulation B.V., Procede Development B.V., Procede Gastreating B.V. en Innovation Dome Exploitation B.V. (hierna te noemen
Procede). Er is beslag gelegd voor belastingschulden van Procede voor in totaal een bedrag van ruim een miljoen euro.
2.2.
De openbare executieverkoop van de goederen die onder dit beslag vallen, staat gepland op donderdag 25 januari 2018 te 11.00 uur.

3.Het geschil

3.1.
Innovation Dome B.V. vordert:
I. De Ontvanger te veroordelen en te gebieden tot het staken en/of schorsen van de
openbare verkoop op 25 januari 2018 en tot het gestaakt en geschorst houden van de
executieverkoop van de in beslag genomen roerende zaken genoemd in de brief van
Innovation Dome van 18 januari 2018 (productie 2, 3 en 4) totdat de Ontvanger een
executoriale titel jegens lnnovation Dome heeft verkregen waaruit volgt dat zij de executie
hebben te dulden, op straffe van verbeurte van een dwangsom door Ontvanger aan
Innovation Dome € 200.000, althans een voorlopige voorzieningen te bepalen zoals U
e.a. in goede Justitie zal vermenen behoren te bepalen;
II. De Ontvanger te veroordelen in de proceskosten en nakosten van dit geding.
3.2.
De Ontvanger voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De roerende zaken waarop het beslag is gelegd, behoren volgens Innovation Dome echter in eigendom toe aan lnnovation Dome B.V. Innovation Dome Exploitation BV exploiteert de verhuur van deze goederen middels verhuur aan Procede. In de optiek van Innovation Dome dreigen haar in eigendom toebehorende goederen zonder rechtsgeldige titel in het openbaar te worden verkocht. De Ontvanger stelt dat de goederen niet aan Innovation Dome maar aan Procede in eigendom toebehoren.
4.2.
Gelet op de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat op rechtsgeldige wijze de eigendom van roerende zaken die bij Procede in gebruik waren bij Innovation Dome behoort. Hieruit volgt dat niet aannemelijk is geworden dat door de Ontvanger beslag is gelegd op zaken die niet in eigendom toebehoren aan Procede en derhalve niet voor beslag in verband met de schulden van Procede vatbaar waren. Daarin is dan ook geen reden gelegen om de Ontvanger te gebieden om de executieverkoop geen doorgang te laten vinden.
4.3.
De voorzieningenrechter laat bij zijn oordeel meewegen dat is gebleken dat de heer
[X] – al dan niet ondersteund door (een) ander(en) – als aandeelhouder en bestuurder de man achter zowel Innovation Dome als Procede is. Onweersproken is gesteld dat Procede de zaken die in eigendom zouden toebehoren aan Innovation Dome en waarop beslag is gelegd al jaren gebruikt. Uit het dossier komt naar voren dat vele van deze zaken de afgelopen jaren door leveranciers aan Procede zijn geleverd en - naar mag worden aangenomen - ook door Procede zijn betaald. Een logische verklaring waarom pas in september 2017 deze zaken contractueel zijn overgedragen aan Innovation Dome, zoals laatstgenoemde stelt maar door de Ontvanger wordt betwist, is niet gegeven.
4.4.
In aanmerking genomen dat onweersproken is gesteld dat de heer [X] al jaren lang met de fiscus in overleg is over belastingschulden van Procede en dat door de FIOD inmiddels een onderzoek is afgerond naar het schuiven van omzetbelasting binnen de verschillende vennootschappen, wordt de ontstane onduidelijkheid over de vraag aan welke vennootschap de beslagen zaken in de eigendom toebehoren, de heer [X] en daarmee aan Innovation Dome aangerekend. Dat het hem niet duidelijk was dat niet Procede maar Innovation Dome degene was die bezwaar diende aan te tekenen tegen de beslaglegging en geplande executieverkoop en dat als gevolg daarvan eerst de dag voor de geplande executieverkoop een kort geding aanhangig is gemaakt, waarin hij er niet in is geslaagd om zijn stellingen te onderbouwen, komt zijn rekening en risico en daarmee voor rekening en risico van Innovation Dome.
4.5.
Het belang bij het doorgaan van de verkoop van de Ontvanger die, zo is onbetwist gesteld, mede vanwege het feit dat er ook een laboratorium wordt geveild behoorlijk wat maatregelen heeft moeten treffen en kosten heeft moeten maken, weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder dan het belang van Innovation Dome bij het geen doorgang laten vinden van de verkoop.
4.6.
Innovation Dome B.V. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Ontvanger worden begroot op € 626,00, te weten het door de Ontvanger betaalde griffierecht.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vordering af,
5.2.
veroordeelt Innovation Dome B.V. en Innovation Dome Exploitation B.V. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van De Ontvanger tot op heden begroot op € 626,00,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2018 door mr. G. van Eerden