Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
in eerste instantie helemaal niets. Ik zei toen: ‘I can’t breath’. Toen voelde ik dat hij zijn hand iets losser op mijn neus en mond legde’. Naar het oordeel van de rechtbank vormt dit een contra-indicatie voor (voorwaardelijk) opzet op de dood van aangeefster.
ik ben daarna naar [verdachte] gelopen. Ik heb hem aangesproken. (..) Ik zei tegen hem dat hij vorige week achter [slachtoffer 2] was aangegaan en haar van de fiets had afgetrokken. (..) Hij begon toen van: “ja, ja ja”. (..) Ik vroeg nogmaals van: “waarom heb je dit nou gedaan”. Hij zei “ja, ik heb het ook moeilijk”. [6]
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
heel weinig zeggenschapover zijn handelen heeft nu hij
vrijwel volledigwordt bestuurd door hogere machten. De psychotische verklaring van betrokkene over het ten laste gelegde past dus in het algemene beeld van de door betrokkene ervaren beïnvloeding. Betrokkene kon daarom niet beschikken over zijn vrije wil en zijn handelen werd volledig door zijn psychotische stoornis ten gevolge van zijn schizofrenie bepaald. Ondergetekenden adviseren u daarom betrokkene voor het ten laste gelegde feit de verkrachting, volledig ontoerekenbaar te verklaren.” Naar het oordeel van de rechtbank volgt ook uit deze onderbouwing van het advies onvoldoende dat verdachte in het geheel niet kon beschikken over zijn vrije wil.
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 12.952,20,-,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 april 2018, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van
99 dagenzal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 4 bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.072,16,-,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2017, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van
20 dagenzal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;