Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[A],
gevestigd en kantoorhoudende te [plaats 1] ,
wonende te [plaats 2] ,
1.De procedure
2.De feiten
“Naar aanleiding van onderstaande mail treft u hierbij de bestemmingsplanvoorschriften aan die gelden voor het pand aan [adres] .
In de onderbouw (kelder) en op de begane grond zijn toegestaan: kantoor, dienstverlening, wonen, ambachtelijk bedrijf en detailhandel.
Het gehuurde, bestemming
De bovenverdieping