Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Adviesbureau het Oosten B.V.,
1.De procedure
- het vonnis in het incident van 21 februari 2018,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Overijssel
De curator van de gefailleerde vennootschap Het Oosten B.V. vordert betaling van een bedrag van €5.295,82 en stelt dat de bestuurder, tevens middellijk bestuurder van de vennootschap, zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld. Dit zou een belangrijke oorzaak zijn van het faillissement, waardoor hij aansprakelijk is voor het tekort in de faillissementsboedel.
De rechtbank stelt vast dat de bestuurder niet heeft voldaan aan zijn boekhoudplicht zoals omschreven in artikel 2:10 BW Pro. Er zijn geen financiële overzichten, loonaangiftes, urenadministratie, btw-aangiftes of balans verstrekt, en de administratie bevatte onjuistheden zoals privé-uitgaven die niet zijn verantwoord. Dit leidt tot het bewijsvermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur op grond van artikel 2:248 lid 2 BW Pro.
De bestuurder heeft geprobeerd dit vermoeden te ontzenuwen door te wijzen op externe oorzaken zoals concurrentie door ex-medewerkers en economische omstandigheden, maar heeft deze onvoldoende onderbouwd. De rechtbank wijst het verweer af en veroordeelt de bestuurder tot betaling van het gevorderde bedrag, een voorschot op het faillissementstekort van €40.000, en in de proceskosten.
De subsidiaire vorderingen blijven onbesproken. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevestigt de aansprakelijkheid van de bestuurder voor het gehele faillissementstekort.
Uitkomst: De bestuurder wordt aansprakelijk gesteld voor kennelijk onbehoorlijk bestuur en veroordeeld tot betaling van het faillissementstekort en proceskosten.