Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker 2]en
[verzoeker 3], te respectievelijk [woonplaats 1] , [woonplaats 2] en
Rechtbank Overijssel
Verzoekers hebben een tuinhuis zonder omgevingsvergunning op hun perceel opgericht, wat in strijd is met het bestemmingsplan en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Verweerder heeft daarom last onder dwangsom opgelegd om het tuinhuis te verwijderen vóór 1 november 2018. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het handhavend optreden terecht is omdat er geen concreet zicht op legalisatie bestaat; er is geen ontwerp-bestemmingsplan ter inzage gelegd en geen vergunbare aanvraag ingediend. De begunstigingstermijn van acht weken is ruim voldoende om het tuinhuis te verwijderen, maar verzoekers hebben onvoldoende tijd genomen om dit tijdig te regelen.
Gezien de dreigende financiële gevolgen en het feit dat verzoekers het tuinhuis niet kunnen demonteren en verplaatsen zonder een kraanbedrijf, verlengt de voorzieningenrechter de begunstigingstermijn met zes weken na 1 november 2018. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is bindend en er staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De begunstigingstermijn voor het verwijderen van het tuinhuis wordt verlengd tot zes weken na 1 november 2018.