Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
verwerende partij in reconventie,
eisende partij in reconventie,
1.De procedure in conventie en in reconventie
[X] en [B] is geweest dat er een koopsom resteerde die door [B] toebetaald zou moeten worden. In reconventie heeft de rechtbank de zaak naar de rol verwezen voor uitlating door partijen over de mogelijke betekenis in deze procedure van artikel 136 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv.).
2.De overwegingen in conventie
Het kan zijn dat er nog een restant vordering zou moeten overblijven, maar het kan ook zijn dat die restant vordering in latere jaren zou worden kwijtgescholden. Deze getuige verklaarde tevens: “Als er een akte van kwijtschelding werd ondertekend als waarvan hier nu sprake is, dan werd door mij en/of de notaris aan de betrokkene meegedeeld dat er dus een schuld overbleef. Van hoe het hier precies is gegaan weet ik dus niet meer. Wel heb ik in de stukken brieven aangetroffen van juni 2002, waarin sprake is van de mogelijkheden om in de toekomst vrijstellingen te benutten.”
[B] , onder overlegging van nadere producties, betoogd dat het de bedoeling van [X] was dat [getuige 1] en [B] in de woning zouden blijven wonen en dat ze daarvoor niets aan [X] behoefden te betalen. [X] wilde dat zodanig regelen dat hij geen problemen met de belastingdienst zou krijgen. Als [X] werkelijk betaling had gewild, had voor de hand gelegen dat hij een hypotheek op het huis had gevestigd. Dat is niet gebeurd, aldus [B] .
[A] qq aangevoerd dat [X] er bewust voor had gekozen om de wijze van betalen nader uit te werken in een aparte akte die niet in de openbare registers behoefde te worden gepubliceerd.
€ 38.575,-- schuldig is gebleven.
en [B] is geweest dat er een koopsom resteerde die door [B] toebetaald zou moeten worden.
1 juni 2016. Die aanspraak is bij brief van 24 februari 2016 aan [B] kenbaar gemaakt. Tegen deze renteaanspraak heeft [B] geen gemotiveerd verweer gevoerd. De rente zal worden toegewezen zoals gevorderd.
Tegen deze aanspraken heeft [B] geen gemotiveerd verweer gevoerd. De gevorderde kosten en rente zullen worden toegewezen.
€ 3.127,55+
3.De overwegingen in reconventie
[B] kan tegenover [A] qq aanspraak maken op inzage en een afschrift van alle bescheiden die zij voor de berekening van haar legitieme portie behoeft.
qq verstrekt haar desverlangd alle daartoe strekkende inlichtingen.
d.d. 23 januari 2017 onjuist is. [B] betwist de vordering die op haar zou bestaan en voert aan dat ook [getuige 1] de vordering betwist die op haar zou bestaan.
Ten slotte betwist [B] de in de boedelbeschrijving opgenomen schuld aan
[A] .
€ 452.473,06 is veruit het grootste bedrag in de Omschrijving vermogensbestanddelen [X] en daarmee een relevant bedrag voor de berekening van de legitieme.
€ 38.575,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2016 tot de dag van volledige betaling;
€ 452.473,06 per 4 mei 2015, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom ad € 5.000,-- (zegge: vijfduizend euro);