Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in het geschil tussen
[eiseres] te [woonplaats] verzoekster,
de minister van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 5.296,00
Rechtbank Overijssel
Verzoekster, werkzaam als medior penitentiair inrichtingswerker bij PI Almelo, liep op 5 juni 2015 ernstig letsel op door een val veroorzaakt door een hondenriem tijdens de inzet van een drugshond. Zij vorderde vergoeding van schade van circa €18.212,- op grond van aansprakelijkheid werkgever en schending van zorgplicht.
De rechtbank stelt vast dat het incident tijdens werktijd plaatsvond en dat de inzet van de drugshond gebruikelijk was. Uit verklaringen blijkt dat de hond op de grond lag en niet spontaan bewoog, waardoor de val niet door het dier zelf werd veroorzaakt. De rechtbank oordeelt dat de werkgever niet aansprakelijk is op grond van de artikelen 6:179 en 6:181 BW.
Ten aanzien van de zorgplicht overweegt de rechtbank dat de werkgever niet gehouden is elk denkbaar risico uit te bannen en dat het niet redelijk is te verwachten dat de werkgever waarschuwt voor alledaagse gevaren zoals een hondenriem op de grond. Het beroep op de zorgplicht faalt daarom eveneens.
De rechtbank wijst het verzoek tot schadevergoeding af en ziet geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van aansprakelijkheid en schending van de zorgplicht.