Uitspraak
[verzoeker] ,
[verzoekster] ,
Het procesverloop
De beoordeling
€ 115.724,91. [verzoeker] en [verzoekster] hebben onder andere de volgende gezamenlijke schuld:
Rechtbank Overijssel
Verzoekers, een samenwonend stel zonder betaald werk, dienden een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Zij hebben een aanzienlijke schuldenlast, waaronder een schuld aan Direktbank en een grote schuld aan de gemeente Almelo wegens samenwoonfraude. Eerder werd een soortgelijk verzoek in 2012 afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.
Tijdens de zitting verklaarden verzoekers geen inspanningen te hebben verricht om betaald werk te vinden; de man is gedeeltelijk arbeidsongeschikt en verricht vrijwilligerswerk, de vrouw onderneemt geen pogingen tot werk vanwege vermeende moeilijkheden. De rechtbank constateert dat zij sinds 2005 in een problematische schuldensituatie verkeren en onvoldoende hebben gedaan om hun inkomen te verhogen en schulden af te lossen.
De rechtbank oordeelt dat verzoekers niet te goeder trouw zijn geweest ten aanzien van het onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat zij de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling zullen nakomen. Het verzoek wordt daarom afgewezen op grond van artikel 288 lid 1 sub b en Pro c van de Faillissementswet.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende inspanningen om schulden af te lossen.