ECLI:NL:RBOVE:2018:4364

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 november 2018
Publicatiedatum
13 november 2018
Zaaknummer
08-730281-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 361 SvArt. 3a lid 5 Opiumwet
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs hennepkwekerij en stroomdiefstal in Staphorst

In deze strafzaak stonden twee mannen van 26 en 32 jaar terecht wegens het houden van een hennepkwekerij en het illegaal aftappen van stroom in een bedrijfspand te Staphorst in de periode van 30 november 2015 tot 8 februari 2016. De officier van justitie had hen vervolgd voor het telen van hennep en het wederrechtelijk toe-eigenen van elektriciteit door middel van braak en/of verbreking.

Tijdens de openbare terechtzittingen op 19 juni en 30 oktober 2018 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging uitgewisseld. De rechtbank heeft het dossier en het strafrechtelijk onderzoek zorgvuldig bestudeerd, maar kon op basis van de gepresenteerde stukken niet tot bewijs van de tenlastegelegde feiten komen. Zowel de officier van justitie als de verdediging pleitten om verdachte vrij te spreken.

Daarnaast had Enexis Netbeheer B.V. zich als benadeelde partij gevoegd en vorderde zij een schadevergoeding van €1.504,13. Gezien de vrijspraak verklaarde de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in deze vordering op grond van artikel 361, tweede lid, Sv.

De rechtbank sprak de verdachten vrij van alle tenlastegelegde feiten en wees de schadevordering af. Dit vonnis werd uitgesproken op 13 november 2018 door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel te Zwolle.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van hennepteelt en illegale stroomaftap wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-730281-17
Datum vonnis: 13 november 2018
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ,
wonende [woonplaats] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 19 juni 2018 en 30 oktober 2018.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Pol en van hetgeen door de uitdrukkelijk gemachtigde raadsman mr. S.A.S. Jansen, advocaat te Veenendaal, naar voren is gebracht. Verdachte is zelf niet ter zitting verschenen.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: in de periode van 30 november 2015 tot en met 8 februari 2016, al dan niet samen met een ander of anderen, -onder meer- hennep heeft geteeld.
feit 2: in de periode van 30 november 2015 tot en met 8 februari 2016, al dan niet samen met een ander of anderen, illegaal stroom heeft afgetapt.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1.
hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2015 tot en met 8 februari 2016 te Staphorst, gemeente Staphorst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (telkens), opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, (in een pand aan de [adres 1] en [adres 2] ), een (grote) hoeveelheid hennepplanten, in elk geval een
hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde
hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2015 tot en met 8 februari 2016, te Staphorst, gemeente Staphorst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan Enexis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

3.De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.De bewijsoverwegingen

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt vrijgesproken.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 1 en 2 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat verdachte van het onder 1 en 2 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. De rechtbank kan op grond van de stukken van het strafrechtelijk onderzoek zoals die zijn gepresenteerd ten aanzien van de verdachte niet tot bewijs van de strafbare feiten komen.

5.De schade van benadeelden

5.1
De vordering van de benadeelde partij
Enexis Netbeheer B.V.heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.504,13, te vermeerderen met de wettelijke rente.
5.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich, gezien de gevorderde vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.
5.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich, gezien de bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.
5.4
Het oordeel van de rechtbank
De vordering heeft betrekking op het onder 2 tenlastegelegde feit. Nu verdachte van dit feit wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

6.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
schadevergoeding
- bepaalt dat de benadeelde partij:
Enexis Netbeheer B.V.in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering;
Dit vonnis is gewezen door M. Melaard, voorzitter, mr. F. van der Maden en mr. K. Haar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 13 november 2018.