ECLI:NL:RBOVE:2018:4520
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing en ontzegging toegang IND-medewerker blijft in stand bij vermoeden plichtsverzuim
Verzoeker, een senior-medewerker bij de IND sinds 1997, is op 27 september 2018 geschorst en de toegang tot IND-locaties ontzegd vanwege een vermoeden van ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim betreft het zonder overleg vermelden van de naam van zijn leidinggevende als bevoegd gezag onder een beslissing op bezwaar, terwijl hij het primaire besluit zelf had genomen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze maatregelen en verzocht om opheffing van de schorsing en ontzegging, zodat hij binnen een ander team kan werken en toegang krijgt tot zijn arbeidsplek en het geautomatiseerde systeem, wat belangrijk is voor zijn verdediging. De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang van verzoeker bij toegang tot het systeem, maar stelt dat het dienstbelang en een ongestoord disciplinair onderzoek zwaarder wegen.
De voorzieningenrechter constateert dat het dossier onvoldoende inzicht biedt in de feiten en dat het Bureau Integriteit het onderzoek zal uitvoeren waarbij het verweer van verzoeker betrokken wordt. Gezien de concrete verdenking van ernstig plichtsverzuim acht de voorzieningenrechter het niet wenselijk dat verzoeker terugkeert in zijn functie of elders binnen de IND wordt geplaatst.
Verweerder heeft toegezegd dat verzoeker onder toezicht toegang kan krijgen tot zijn arbeidsplek en systeem indien nodig voor zijn verdediging. De voorzieningenrechter concludeert dat de opgelegde maatregelen redelijk zijn en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om opheffing van schorsing en ontzegging toegang af vanwege het lopende disciplinair onderzoek en het dienstbelang.