ECLI:NL:RBOVE:2018:4546
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 61-jarige verdachte die werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarig meisje op of omstreeks 8 oktober 2017 in Almelo. De officier van justitie stelde dat verdachte door geweld of bedreiging het meisje had gedwongen tot ontuchtige handelingen.
Tijdens de terechtzitting op 13 november 2018 werd het bewijs besproken, waaronder de aangifte en verklaringen van het slachtoffer en een getuige, alsmede verklaringen van een begeleidster en proces-verbaal van bevindingen. De verdediging betoogde dat er ongerijmdheden en inconsistenties waren in de verklaringen van het slachtoffer en de getuige.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er voldoende wettig bewijs was, dit niet overtuigend was vanwege discrepanties in de verklaringen over de volgorde en aard van de handelingen en onduidelijkheden over de omstandigheden rondom het incident. Hierdoor kon niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat verdachte de ten laste gelegde feiten had gepleegd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met een minderjarige.