De zaak betreft een kort geding tussen woningcorporatie deltaWonen en huurder [gedaagde] over ontruiming van een woning vanwege schending van aanvullende huurvoorwaarden. De huurovereenkomst was een laatste-kans-contract met strikte voorwaarden, waaronder een verbod op bezoek van de ex-partner zonder toestemming.
DeltaWonen stelde dat [gedaagde] de ex-partner zonder toestemming toegang had verleend en dat er ernstige geluidsoverlast was, ook ’s nachts. Ondanks gesprekken met de huurder en hulpverleners bleef de situatie ongewijzigd. [gedaagde] erkende het bezoek maar betwistte de overlast en stelde dat het verbod in strijd was met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).
De kantonrechter oordeelde dat de aanvullende voorwaarden niet in strijd zijn met het IVRK en dat de overlast voldoende aannemelijk was, mede door politieoptreden. Het belang van de kinderen weegt niet zwaarder dan de schending van de huurovereenkomst. De ontruiming werd toegewezen en [gedaagde] werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.