Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- verdachte heeft die ochtend rond 10.30 uur contact met [slachtoffer] gehad waarbij deze tegen hem heeft gezegd dat verdachte vóór zes uur die avond € 1.000,- aan hem moest afgeven;
- verdachte heeft (kort) na dit gesprek op internet gezocht op 380 gfl munitie. Verdachte wilde – naar eigen zeggen – weten of de kogels die hij had geen losse flodders waren. Het betreffen de kogels waarmee verdachte [slachtoffer] later die dag heeft gedood;
- verdachte heeft die dag, tussen 15.00 en 16.00 uur, tweemaal een telefoongesprek met (zijn vriend) [naam] gevoerd. In het eerste gesprek heeft verdachte – onder meer – tegen [naam] gezegd “ik kan niet meer, ik ben bang dat er iets gaat gebeuren”. Het tweede gesprek leek volgens [naam] op een afscheidstelefoontje. Verdachte heeft vervolgens, vóór de confrontatie met [slachtoffer] , zijn mobiele telefoon en drugs in de brievenbus van [naam] gedaan en heeft hem hierover tekstberichten gestuurd;
- verdachte is gedurende enige tijd rondjes gaan rijden in Gramsbergen/Coevorden, om drugs te verkopen. Hij is daarna rond 17.14 uur bij het bruggetje bij de Holtheme gestopt, naar eigen zeggen omdat de voorband van zijn auto lek dan wel leeg was. Het betreft een afgelegen plek waar verdachte vaak zijn drugsdeals verrichtte. Verdachte heeft [slachtoffer] tot tweemaal toe gebeld en gevraagd of hij hem daar wilde ontmoeten. Naar eigen zeggen heeft verdachte op dat moment al tegen [slachtoffer] gezegd dat hij maar € 300,00 bij zich had en dat hij “erover wilde praten”;
- verdachte heeft na het laatste telefoongesprek met [slachtoffer] het geladen pistool – dat hij altijd bij zich heeft onder de mat van de passagiersstoel – gepakt en in de binnenzak van zijn jas gestopt;
- [slachtoffer] is vervolgens om ongeveer 17.43 uur bij het bruggetje gearriveerd. Verdachte is uitgestapt en heeft tegen [slachtoffer] gezegd dat hij maar (ongeveer)
- hierop heeft verdachte het wapen uit zijn binnenzak gepakt en heeft viermaal achter elkaar op het lichaam van [slachtoffer] geschoten. Deze stond op dat moment ongeveer twee meter van verdachte vandaan. Verdachte heeft daarna gedacht dat hij [slachtoffer] niet had geraakt omdat hij geen verwondingen bij hem zag. [slachtoffer] strompelde vervolgens naar achteren. Op het moment dat [slachtoffer] daarna op zijn rug op de grond lag met zijn hoofd opzij, heeft verdachte hem van achteren door zijn hoofd geschoten. Tussen het vierde en dit laatste schot heeft waarschijnlijk ongeveer drie seconden gezeten;
- tijdens het gebeurde was verdachte onder invloed van cocaïne;
- verdachte is vervolgens direct, om 17.46 uur, in de auto van [slachtoffer] gestapt en richting het politiebureau te Coevorden gereden;
- om 18.11 uur heeft de politie vastgesteld dat [slachtoffer] aan zijn verwondingen was overleden;
- in de linker broekzak van [slachtoffer] zijn 13 briefjes van € 20,- aangetroffen.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
- voor wat betreft de uitvaartverzorging 2 mei 2018;
- voor wat betreft het griffierecht 26 maart 2018;
- voor wat betreft de grafsteen en leges 27 oktober 2018;
- voor wat betreft de akte nalatenschap 6 juni 2018.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) jaren;
- voor wat betreft de uitvaartverzorging 2 mei 2018;
- voor wat betreft het griffierecht 26 maart 2018;
- voor wat betreft de grafsteen en leges 27 oktober 2018;
- voor wat betreft de akte nalatenschap 6 juni 2018;
- voor wat betreft de kosten van de vliegtickets 8 juni 2018,