Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties
- de producties van [gedaagde]
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiser 1] c.s.
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Overijssel
In deze zaak vorderen eisers dat gedaagde een rectificatie plaatst in de Twentsche Courant Tubantia en zijn strafrechtelijke aangifte intrekt. De vordering betreft een betwisting over een aangifte van valsheid en vermeend verzet tegen een ambtenaar.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek onvoldoende duidelijkheid te bestaan over de stand van zaken van de strafrechtelijke procedures die tussen partijen lopen. De voorzieningenrechter achtte het daarom noodzakelijk het Openbaar Ministerie te horen en te laten concluderen op grond van artikel 44 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De rechter formuleerde diverse vragen aan het OM over de voortgang van het hoger beroep, de status van de aangiftes en de mogelijke betrokkenheid van partijen bij een nader te voeren gesprek. De zaak is aangehouden en de voortzetting van de behandeling gepland op 8 februari 2019.
De voorzieningenrechter draagt de griffier op het OM uit te nodigen en het volledige procesdossier te overleggen, waarna een weloverwogen beslissing kan volgen. Dit tussenvonnis is op 6 december 2018 gewezen en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De behandeling wordt aangehouden en het Openbaar Ministerie wordt verzocht te worden gehoord en te concluderen.