Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- Een geschrift zijnde de aangifte van de curator mr. M.A. Pasma van 5 december 2014 (AG-001 blz. 245 en volgende);
- Een geschrift zijnde de aangifte van de curator mr. R.G.A. Luinstra van 8 december 2014 (AG-002 blz. 308 en volgende);
- Een geschrift zijnde het uittreksel van de Kamer van Koophandel betreffende [Uitzendburo] BV d.d. 10 april 2015 (DOC-001 blz. 569 en volgende);
- Een geschrift zijnde het uittreksel van de Kamer van Koophandel betreffende [Industrieservice] BV d.d. 3 april 2015 (DOC-002 blz. 576 en volgende);
- Een geschrift zijnde een brief van de Belastingdienst gericht aan [Industriemontage] BV d.d. 7 november 2013 (DOC-049, blz. 665);
- Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 19 augustus 2015 (V-001-02 blz. 467);
- Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 20 augustus 2015 (V-001-03 blz. 473 en 476);
- Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 21 augustus 2015 (V-001-04 blz. 482, 483 en 484).
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
vijftien (15) maanden;
5 (vijf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van twee (2) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte: