Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker] ,
[verzoekster] ,
Het procesverloop
De beoordeling
- Santander ad € 33.166,41, 2014;
- ENO ad € 4.076,90, 2014;
- ICS ad € 4.010,27, 2016 (jaar ontstaan achterstand);
- ABN AMRO Bank ad € 3.211,83, 2013.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde op 24 september 2018 de verzoeken van een gehuwd stel om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De schuldenaren hadden een aanzienlijke schuld opgebouwd, waaronder grote bedragen aan toeslagschulden bij de Belastingdienst en leningen bij diverse kredietverstrekkers.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenaren niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij te goeder trouw waren ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. De toeslagschulden waren ontstaan doordat zij bewust of door onjuiste opgave te hoge toeslagen ontvingen en deze niet terugbetaalden. Daarnaast was er sprake van forse overbesteding, onder meer door het aangaan van leningen terwijl al problematische schulden bestonden en het financieren van reizen.
Ook werd geoordeeld dat de schuldenaren onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zouden nakomen. De vrouw had geen betaalde arbeid verricht en had haar arbeidsongeschiktheid niet met medische stukken onderbouwd. De rechtbank vond geen gronden voor toepassing van de hardheidsclausule. Daarom werden de verzoeken afgewezen.
Uitkomst: Verzoeken tot toepassing van de schuldsaneringsregeling worden afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en overbesteding.