ECLI:NL:RBOVE:2018:5067
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot dwangakkoord wegens eerdere schuldsaneringsregeling binnen tien jaar
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot vaststelling van een dwangakkoord en tegelijkertijd een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Een prognoseakkoord werd aangeboden waarbij een minimale maandelijkse aflossing van €50,- werd voorgesteld, wat een uitkeringspercentage van ongeveer 1,06% voor concurrente schuldeisers betekent. De schuldeisers Assignum en Achmea weigerden in te stemmen, omdat het aanbod lager is dan hun huidige incassomogelijkheden, zoals loonbeslag.
De rechtbank overwoog dat verzoekster eerder een wettelijke schuldsaneringsregeling had die in 2010 tussentijds werd beëindigd wegens het niet nakomen van verplichtingen. Volgens artikel 288 lid 2 Faillissementswet Pro kan een nieuw verzoek tot schuldsanering pas na tien jaar worden ingediend. Hierdoor is een vergelijking tussen het minnelijk en wettelijk traject zinloos.
De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat de schuldeisers bij afwijzing van het dwangakkoord slechter af zouden zijn. Verzoekster ontvangt een uitkering en werkt parttime, met uitzicht op verbetering van haar financiële situatie. De belangen van schuldeisers wegen zwaarder dan die van verzoekster om een minnelijke regeling te treffen.
Daarom werd het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord afgewezen. Een apart vonnis over het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zal volgen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord wordt afgewezen vanwege eerdere tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling binnen tien jaar.