Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser A], te Enschede, eiser A,
[eiser B], te Enschede, eiser B,
Rechtbank Overijssel
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen vermeende ontheffingen voor het Fantasy Island Festival en Freshtival op 14 en 15 mei 2016. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat er op het moment van indiening geen besluiten waren genomen. Eisers stelden dat er wel besluiten waren, onder meer een gedoogbeschikking en een afwijking van het bestemmingsplan, gebaseerd op mailwisselingen en voorbereidingen.
De rechtbank oordeelt dat er geen besluiten in de zin van de Awb zijn genomen. De stukken tonen aan dat een gedoogbeschikking afhankelijk was van overeenstemming die niet werd bereikt en dat er geen schriftelijke afwijking van het bestemmingsplan is vastgelegd. Het bezwaarschrift tegen de integrale evenementenvergunning van 13 mei 2016 is een apart bezwaar dat niet in deze uitspraak wordt behandeld.
De rechtbank bevestigt dat het bezwaarschrift niet als prematuur bezwaarschrift kan worden aangemerkt omdat eisers redelijkerwijs niet konden menen dat de vergunning op 10 mei 2016 al was verleend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van besluiten in de zin van de Awb.