Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie
- de conclusie van repliek in conventie alsmede conclusie van antwoord in reconventie
- de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie
- de conclusie van dupliek in reconventie
- de akte uitlating producties.
2.De feiten
(…)
over de tijd, dat de echtgenoten anders dan in onderling overleg niet samenwonen of dat tussen hen scheiding van tafel en bed bestaat;
De waarde van aanspraken op al of niet ingegane pensioenrechten wordt verevend conform het bepaalde in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Bij die verevening zullen de voor het huwelijk opgebouwde pensioenrechten wel worden betrokken. (…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
[X]spreekt deze bepaling over verrekening bij ontbinding van het huwelijk. Daarmee is, nu dat er ook niet staat, niet alleen ontbinding als gevolg van het overlijden van een van partijen bedoeld, maar ook ontbinding als gevolg van echtscheiding. [X] is daar ook steeds van uitgegaan. Mr. [J] was bij het opstellen van de huwelijksvoorwaarden betrokken, maar heeft toen niet gezegd dat artikel 20 een Pro finaal verrekenbeding in geval van overlijden betrof. Dat er staande huwelijk nimmer is verrekend, dat de financiën van partijen door elkaar liepen, dat privérekeningen ook zakelijk gebruikt zijn en dat er geen staat van aanbrengsten is opgesteld, ondersteunt volgens [X] zijn standpunt in deze. Van verval of verjaring van de finale verrekenvordering, die op artikel 20 van Pro de huwelijksvoorwaarden dan wel, subsidiair, op artikel 1:141 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is gegrond, is geen sprake, nu het beroep van [Y] op het vervalbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en gezien de tekst van artikel 1:142 BW Pro (er zijn nog geen vijf jaren verstreken na indiening van het echtscheidingsverzoek).
de woning aan de [adres 1] te [plaats] en grond aldaar
[Y] Assurantiën
- een vordering van € 21.727,-, vermeerderd met betalingen na 1 oktober 2017 en rente in verband met een door [Y] afgedwongen (zij weigerde als hypotheekhouder mee te werken aan verkoop van een klein stuk grond) betaling aan haar van € 1.000,- per maand, waar geen grond voor bestond en welk bedrag nu wordt teruggevorderd;
- een vordering ad € 97.497,- plus rente na 1 oktober 2017 in verband met door [X] betaalde rente voor de woning van [Y] aan de [adres 1] te [plaats] , nu die renteschuld buiten de gemeenschap valt;
- een vordering van € 740.147,- in verband met opnames door [Y] van de rekeningen van partijen;
- een vordering ad € 8.100,- in verband met (mede) door [X] betaalde belasting over grond (Weitemanslanden) die aan [Y] in eigendom toebehoort;
- een vordering ad € 4.400,- in verband met door [X] betaalde energielasten van de woning van [Y] aan de [adres 1] te [plaats] ;
- een vordering voortvloeiend uit het feit dat de belastingaanslagen 2011 en 2012 door ieder van partijen voor de helft gedragen moet worden.
- een vordering ad € 16.673,- inclusief rente aan door [X] ontvangen kinderbijslag, terwijl de kinderen van partijen bij [Y] verbleven;
- een vordering ad € 54.321,- aan kosten kinderen in de periode 2009 tot 2013;
- een vordering van minstens € 12.500,- ter zake van een geschil rond de aan partijen door de provincie Overijssel gegunde grond aan de [adres 3] te [plaats] (de provincie heeft in het kader van een schikking € 25.000,- aan partijen aangeboden, [X] is echter gaan procederen).
5.De beslissing
woensdag 29 augustus 2018voor het bepalen van dag en tijdstip waarop de comparitie van partijen zal plaatsvinden. Partijen hoeven niet aanwezig te zijn bij deze rolzitting. Partijen kunnen tot uiterlijk de vrijdag voordien schriftelijk 20 verhinderdata (of 40 verhinderingsdagdelen) opgeven voor de drie maanden volgend op genoemde rolzitting;