Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj, en/of
heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van voorwerpen, te weten voornoemde voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat het/de voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro B gegeven verbod;
een gewoonte maken van witwassen;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
- het advies van Reclassering Nederland d.d. 22 december 2016, opgemaakt door J. Zwart en
- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 23 augustus 2018.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
466 (vierhonderd zesenzestig) dagen;
233 (tweehonderd drieëndertig) dagennietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte: