Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiser 1] c.s.
- de pleitnota van ING.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
527,00
Rechtbank Overijssel
Eiser [eiser 1] c.s. vordert opheffing van het conservatoir beslag dat ING Bank op hun woning heeft gelegd. ING baseert het beslag op een borgstelling van [eiser 1] voor een krediet aan Ortho Kunststoffen B.V., dat failliet is verklaard in 2012. Eiser stelt dat de vordering is verjaard en dat het beslag onrechtmatig is omdat de woning op naam van niet-schuldenaar [eiser 2] staat na wijziging van het huwelijksgoederenregime.
De rechtbank oordeelt dat ING tijdig een stuitingshandeling heeft verricht door aanmaningen en behoud van recht op nakoming, waardoor verjaring niet aannemelijk is. Daarnaast is het aannemelijk dat de wijziging van het huwelijksgoederenregime plaatsvond toen Ortho Kunststoffen B.V. al in financiële moeilijkheden verkeerde, waardoor sprake is van benadeling van schuldeisers. ING heeft de vernietiging van deze rechtshandeling ingeroepen.
De voorzieningenrechter weegt het belang van ING bij handhaving van het beslag zwaarder dan het belang van eiser bij opheffing. ING heeft toegezegd de verkoop en levering van de woning niet te blokkeren indien de overwaarde op een derdenrekening wordt geparkeerd. De vordering tot opheffing wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot opheffing conservatoir beslag wordt afgewezen; eiser veroordeeld in proceskosten.