Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 november 2017 met producties,
- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid van
Rechtbank Overijssel
In deze zaak vordert eiseres, een besloten vennootschap, betaling van schadevergoeding wegens gebreken aan een koelinstallatie die door gedaagde, eveneens een BV, in 2007 is geleverd en geplaatst. De gebreken werden in 2015 geconstateerd en onderzocht, waarna eiseres gedaagde aansprakelijk stelde en herstel door een derde liet uitvoeren. Gedaagde verweert zich met een exceptie van onbevoegdheid, stellende dat een arbitraal beding in de Uniforme Administratieve Voorwaarden 1989 (UAV 1989) van toepassing is, waardoor de rechtbank niet bevoegd is.
De rechtbank onderzoekt of het bestek, waarin de UAV 1989 zijn opgenomen, onderdeel is geworden van de overeenkomst. Gelet op de offerte, de opdrachtbevestiging en de garantieverklaring, wordt geoordeeld dat partijen stilzwijgend de UAV 1989 zijn overeengekomen. Het arbitraal beding in paragraaf 49 van de UAV 1989 voldoet aan de wettelijke vereisten en leidt ertoe dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart.
De rechtbank veroordeelt eiseres in de proceskosten en verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. De hoofdzaak wordt niet inhoudelijk behandeld vanwege de geldigheid van het arbitraal beding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens een geldig arbitraal beding en veroordeelt eiseres in de proceskosten.