ECLI:NL:RBOVE:2018:918
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging doodslag en zware mishandeling
Op 3 juni 2016 werd verdachte ervan verdacht dat hij samen met een medeverdachte het slachtoffer met geweld heeft aangevallen, onder meer met slagen, steken met een mes en slaan met een hamer. De officier van justitie vorderde een veroordeling voor poging doodslag, subsidiair poging zware mishandeling.
Tijdens de terechtzitting op 8 maart 2018 werd het bewijs besproken. De verklaringen van het slachtoffer en getuigen lieten zien dat verdachte en medeverdachte agressors waren die het slachtoffer met geweld uit de woning hebben gewerkt. Het letsel van het slachtoffer werd bevestigd door een forensisch arts.
De rechtbank oordeelde echter dat onvoldoende duidelijkheid bestond over de omstandigheden van de stekende bewegingen, zoals afstand en kracht, waardoor niet bewezen kon worden dat het handelen van verdachte een aanmerkelijke kans op dood of zwaar letsel opleverde. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor poging tot doodslag en zware mishandeling.