Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 14 februari 2018, in de gemeente Zwolle, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg te weten "Sportpark Marslanden" gelegen aan de Hyacinthstraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit:
woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ik vermoord hem, het is gedaan met hem";
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
1 primair en onder 2 ten laste gelegde.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
.De rechtbank rekent verdachte dit handelen aan.
- een uitgebreid advies van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 7 maart 2019, opgemaakt door J. Markies;
- een evaluatie plan van aanpak van Jeugdbescherming Overijssel d.d. 27 februari 2019 opgemaakt door G. van Pijkeren;
- een rapport negatieve terugmelding van Jeugdbescherming Overijssel d.d. 21 juni 2018;
- een Pro Justitia rapport d.d. 25 april 2018, opgemaakt door drs. J.A.M. Gresnigt, klinisch psycholoog;
- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 14 februari 2019.
8.De schade van benadeelden
[slachtoffer 1] ten aanzien van de materiële schade niet onderbouwd is, zodat dat gedeelte van
[slachtoffer 1] aan immateriële schade kan worden toegewezen tot in totaal € 1.000,-- , met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot voornoemd bedrag en voor het overige niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
[slachtoffer 4] in zijn geheel kan worden toegewezen tot in totaal € 797,05 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[slachtoffer 1] op het standpunt gesteld dat de materiële schade niet wordt onderbouwd door onderliggende stukken, zodat de vordering ten aanzien van de materiële schade dient te worden afgewezen.
€ 567,50 worden toegewezen en voor het meer gevorderde moet deze worden afgewezen.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
jeugddetentievoor de duur van
206 (tweehonderd zes) dagen;
90 (negentig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
voorwaardendat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de onder 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde feiten tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.500,--te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 december 2017 ten behoeve van de benadeelde;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 617,10te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 december 2017 ten behoeve van de benadeelde;