Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met twaalf producties
- de conclusie van antwoord
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiseres] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
980,00
Rechtbank Overijssel
Eiseres verzocht de voormalig huisarts van haar ouders om inzage in hun medische dossiers. De ouders waren gehuwd en hadden aandelen in een B.V. die een onroerende zaak verkocht had. Eiseres wilde de dossiers inzien om in hoger beroep informatie te verkrijgen over de geestelijke gesteldheid van haar ouders ten tijde van de verkoop, met het oog op het mogelijk terugdraaien van de verkoop of het vorderen van schadevergoeding.
De huisarts weigerde inzage op grond van het medisch beroepsgeheim. De rechtbank overwoog dat het medisch beroepsgeheim ook na overlijden geldt en alleen doorbroken kan worden bij zwaarwegende belangen of toestemming van de patiënt. Eiseres stelde dat zij toestemming had van haar vader, maar de rechtbank vond deze verklaring onvoldoende specifiek en niet van toepassing op het gehele dossier.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiseres onvoldoende belang had bij inzage in het dossier van haar moeder, omdat zij niet bevoegd was om de verkoop aan te vechten en de moeder niet bevoegd was tot verkoopbeslissingen. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de geestelijke gesteldheid van de ouders relevant was voor het terugdraaien van de verkoop. De vordering werd daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot inzage in de medische dossiers van de ouders wordt afgewezen wegens het medisch beroepsgeheim en het ontbreken van een zwaarwegend belang.