ECLI:NL:RBOVE:2019:1445
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.L. Westendorp
- H.M. Braam
- S.H. Peper
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs van woninginbraken tijdens kerstdagen
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 37-jarige man die werd verdacht van zes woninginbraken en pogingen daartoe in Hardenberg tijdens de kerstdagen van 2018. De officier van justitie stelde dat de verdachte betrokken was bij deze inbraken, onder meer gebaseerd op camerabeelden en een schakelbewijsconstructie.
De verdachte werd op camerabeelden herkend bij één inbraak, maar verder ontbrak aanvullend bewijs dat zijn betrokkenheid bij de andere inbraken kon bevestigen. De verdediging voerde aan dat de herkenning onvoldoende bewijs opleverde en dat de modus operandi niet specifiek genoeg was om de andere feiten via schakelbewijs te bewijzen.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het wettig bewijs van herkenning bij één inbraak, er onvoldoende overtuiging was dat de verdachte daadwerkelijk de ten laste gelegde feiten had gepleegd. Hierdoor kon geen schakelbewijs worden toegepast voor de overige feiten. De verdachte werd daarom integraal vrijgesproken van alle tenlasteleggingen.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling af, omdat niet was vastgesteld dat de verdachte tijdens die periode een nieuw strafbaar feit had gepleegd. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van voldoende bewijs voor de woninginbraken.