Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[A] ,
[B],
[C],
[D],
1.Het verdere verloop van de procedure
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 19 juni 2018;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 13 september 2018;
- de conclusie na enquête van de zijde van [eiser c.s.] ;
- de antwoordconclusie na enquête van de zijde van De Zon B.V.;
- de akte uitlating producties van de zijde van [eiser c.s.]
2.De verdere beoordeling
[A]heeft onder meer verklaard:
In december 2016 is afgesproken dat ik zou onderhandelen (…) met de heer [C] namens De Zon B.V..
(…)
[F]heeft verklaard:
Op 9 februari 2017 was ik thuis. Mijn man zat in de bruine fauteuil bij het raam in de woonkamer. Ik wist dat het telefoongesprek dat hij voerde spannend kon zijn. Op een gegeven moment hoorde ik hem zeggen “dus we hebben een deal?”. Vervolgens zei hij bevestigend: “oké, dus we hebben een deal” en dat hij een mail ging opstellen en iedereen op de hoogte zou brengen. Ik liep op dat moment langs de fauteuil waarin mijn man zat. Na het gesprek zei hij dat het door ging en heb ik hem gefeliciteerd.
In december 2016 heb ik een gesprek gehad met de heren [A] en [B] (…). Daarbij waren ook de heren [D] en [J] aanwezig. (…) Ik heb direct gezegd dat er aan de kant van De Zon B.V. drie partijen aan de onderhandelingstafel zaten, de heren [D] en [J] en ik, en dat er drie mensen waren die erover gingen of er een deal was of niet. Ik denk niet dat dit ooit op schrift is gezet. Statutair was er bij De Zon B.V. niets afgesproken over de vertegenwoordigingsbevoegdheid. We zouden beslissen met zijn drieën. We hadden alle drie evenveel rechten. (…) De communicatie met [eiser c.s.] verliep via mij.
(…)
[E]heeft verklaard:
(…) In 2018 ben ik aandeelhouder geworden van De Zon B.V.