ECLI:NL:RBOVE:2019:1518

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
19 april 2019
Publicatiedatum
2 mei 2019
Zaaknummer
C/08/231330 / JE RK 19-655
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige voor duur ondertoezichtstelling

De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de rechtbank om een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige, die tot dan toe bij haar tante verbleef. De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit en stemden, samen met de minderjarige, in met het verzoek. De machtiging tot uithuisplaatsing was eerder verleend maar niet geëffectueerd, waardoor deze was komen te vervallen.

De rechtbank overweegt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, zoals bedoeld in artikel 1:265b, eerste lid, BW. Gezien de instemming van alle belanghebbenden en de gronden van de GI, wordt de machtiging verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt vanaf 16 april 2019 tot 18 juli 2019. De minderjarige zal worden geplaatst bij het Kamer Trainingscentrum te Deventer. Er vond geen mondelinge behandeling plaats vanwege het ontbreken van verweer.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familierecht en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Almelo
zaakgegevens : C/08/231330 / JE RK 19-655
datum uitspraak: 19 april 2019

beschikking machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,

de gecertificeerde instelling,
hierna te noemen de GI,
gevestigd te Enschede,
betreffende

[minderjarige] , geboren op [2001] te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] ,
bijgestaan door mr. L. van Straten.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

[belanghebbende 2] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] ,
gezamenlijk te noemen de ouders

en de [minderjarige] .

Het procesverloop

Op 12 april 2019 is het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 11 april 2019 ingekomen bij de griffie. Tot de bijlagen behoort een ondertekende instemmingsverklaring van de moeder, de vader en [minderjarige] .
Op 12 april 2019 is een e-mailbericht van mr. Van Straten binnengekomen bij de griffie.
Uit het verzoek met bijlagen blijkt dat de belanghebbenden instemmen met het verzochte en dat zij geen verweer wensen te voeren. Daarom is een mondelinge behandeling ter zitting achterwege gebleven.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
[minderjarige] verblijft tot 16 april 2019 bij haar tante. Op 16 april 2019 zal [minderjarige] worden geplaatst bij het Kamer Trainingscentrum te Deventer.
Bij beschikking van 7 juni 2018 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot
18 juli 2019. Bij dezelfde beschikking is tevens de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verlengd tot 18 juli 2019.
Bij beschikking van 12 maart 2019 is een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [minderjarige] verlengd tot 13 april 2019.

Het verzoek

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De gronden die aan dit verzoek ten grondslag liggen, zijn opgenomen in het verzoekschrift en in het plan van aanpak en dienen als hier vermeld en ingelast te worden beschouwd.

De beoordeling

Onder verwijzing naar het e-mailbericht van mr. Van Straten van 12 april 2019 merkt de kinderrechter op dat de machtiging tot uithuisplaatsing, zoals eerder is afgegeven bij beschikking van 7 juni 2018, is komen te vervallen nu deze machtiging al geruime tijd, in ieder geval meer dan drie maanden, niet daadwerkelijk is geëffectueerd. De GI kan daarom worden ontvangen in haar onderhavig verzoek.
De kinderrechter oordeelt met betrekking tot het verzoek als volgt. De kinderrechter is op de door de GI genoemde gronden, die hij overneemt en tot de zijne maakt, van oordeel dat de uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, BW). Nu bovendien alle belanghebbenden tevens instemmen met het verzochte, zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De beslissing

De kinderrechter:
verleent machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder met ingang van 16 april 2019 tot 18 juli 2019, zijnde voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2019.