Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 april 2019 met 16 producties
- de e-mail van [gedaagde] van 12 april 2019 met productie 1 t/m 10
- de mondelinge behandeling op 15 april 2019
- de pleitaantekeningen van [gedaagde] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Jaarlijks opnieuw te bespreken en vast te stellen” (productie 4 bij dagvaarding), door na beëindiging van die overeenkomst actief klanten van [eiser] te benaderen – te weten: [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] – en hen te bewegen bij hem het onderhoud van de waterontharders onder te brengen. Subsidiair stelt [eiser] zich op het standpunt dat [gedaagde] jegens hem onrechtmatig handelt doordat hij stelselmatig en substantieel afbreuk doet aan het duurzame bedrijfsdebiet van de onderneming van [eiser] door het actief benaderen van zijn klanten. Door het gebruik maken van het klantenbestand van [eiser] , waarop hij het exclusieve gebruiksrecht heeft, maakt [gedaagde] inbreuk op de vermogensrechten van [eiser] , aldus [eiser] . [gedaagde] betwist zowel het een als het ander. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
Lundiform/Mexx). Na toepassing van deze maatstaf heeft de voorzieningenrechter voorshands geoordeeld dat een (taalkundige) uitleg van de hiervoor bedoelde afspraken met zich brengt dat [gedaagde] tegen een jaarlijkse vergoeding 1000 klantadressen van vof Consens-us (maximaal 33% van het totale bestand) zou “kopen” en daarvan in het kader van onderhoud en service gebruik mocht maken en dat bij het beëindigen van de samenwerking alle klanten aan de vof terugvallen. Voorts heeft de voorzieningenrechter overwogen dat uit gemelde afspraken niet valt af te leiden dat [gedaagde] na beëindiging van de samenwerking gedurende een bepaalde termijn en in een geografisch bepaald gebied aan een concurrentie- en/of relatiebeding gebonden is.
- griffierecht € 297,00
- salaris advocaat