ECLI:NL:RBOVE:2019:1658
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moeder van minderjarige kinderen van uitbuiting in vleesverwerkingsfabriek
Een 37-jarige vrouw werd verdacht van mensenhandel door haar minderjarige kinderen te laten werken in de vleesverwerkende industrie met behulp van valse identiteitsdocumenten om een BSN-nummer te verkrijgen. De kinderen, 13 en 16 jaar oud, hadden verzoeken ingediend bij de gemeente Nijmegen om zich in te schrijven in de Basisregistratie Personen.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van twaalf maanden wegens het uitbuiten van haar kinderen. De verdediging pleitte integrale vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het dossier geen concrete informatie bevatte over het uitzendbureau, het dienstverband, de aard, duur of omstandigheden van het werk dat de kinderen zouden verrichten.
De rechtbank benadrukte het grote maatschappelijke belang van de bestrijding van arbeidsuitbuiting, maar stelde vast dat de moeder niet in een werkgever-werknemerrelatie stond, maar als ouder. De kinderen waren wettelijk toegestaan beperkte arbeid te verrichten gezien hun leeftijd. De enkele aanwezigheid van valse geboortedata op documenten vormde onvoldoende bewijs voor het oogmerk van uitbuiting.
Daarom sprak de rechtbank de moeder vrij van de tenlasteleggingen van mensenhandel en uitbuiting. De zaak illustreert het belang van een gedegen bewijsvoering en de contextuele beoordeling van arbeidsuitbuiting, vooral bij familieverhoudingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs voor het oogmerk van uitbuiting van haar minderjarige kinderen.