Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen met betrekking tot de feiten 1, 3 en 5
– middellijk – voor 50% aandeelhouder.
onttrekken van goederen aan de boedel:
bevoordelen van schuldeisers:
niet voldoen aan de administratieplicht:
[bedrijf 1]leidt de rechtbank uit het dossier af dat in de periode van de tenlastelegging in verband met het project [appartementencomplex] de volgende bedragen aan crediteuren in de administratie zijn opgenomen:
€ 145.383,14betaald in 2010:
€ 191.977,97€ 1.213.435,76 € 796.554,82
[bedrijf 2]leidt de rechtbank uit het dossier af dat in de periode van de tenlastelegging in verband met het project [appartementencomplex] de volgende bedragen aan crediteuren in de administratie zijn opgenomen:
€ 419.835,--betaald in 2012:
€ 32.842,78€ 2.834.671,89 € 1.785.451,91
[bedrijf 4]blijkt uit het dossier niet welke bedragen aan crediteuren in de tenlastegelegde periode geboekt zijn en tot welke bedragen deze crediteuren betaald zijn, zodat niet vastgesteld kan worden vanaf welk moment sprake is geweest van een aanmerkelijke kans op een faillissement van [bedrijf 4] .
enigevergoeding is ontvangen. Dat [bedrijf 1] de geldbedragen niet rechtstreeks aan [bedrijf 6] in rekening heeft gebracht en van [bedrijf 6] heeft ontvangen, doet daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan af.
5.De bewijsoverwegingen met betrekking tot de feiten 2, 4 en 6
6.De bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 7
7.De bewijsoverwegingen met betrekking tot de feiten 8 en 9
€ 115.459,81. Daarvan is in die periode een bedrag van € 108.534,57 besteed aan uitgaven ten behoeve van [verdachte] en/of [medeverdachte 1] . In zijn verhoor ten overstaan van de rechter-commissaris heeft [verdachte] hierover verklaard dat hij geld van (onder meer) [bedrijf 3] gebruikte als hij geld nodig had, en dat hij inkomsten uit [bedrijf 3] daarnaast heeft aangewend om te voorzien in het levensonderhoud van zijn echtgenote [medeverdachte 1] .
8.De bewezenverklaring
9.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
10.De strafbaarheid van verdachte
11.De op te leggen straf of maatregel
12.De toegepaste wettelijke voorschriften
13.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) maanden;
4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
ontzetde verdachte van het recht tot uitoefening van het beroep van
statutair bestuurder, feitelijk bestuurder of vennoot van enig rechtspersoonvoor de duur van
3 (drie) jaren;