ECLI:NL:RBOVE:2019:1959
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens niet voldoen aan mestverwerkingsplicht ondanks groei melkveebedrijf
Eiseres exploiteert een melkveebedrijf en heeft een Regionale Mestafzetovereenkomst (RMO) met een akkerbouwbedrijf, waar het mestoverschot naartoe wordt afgevoerd. Verweerder legde een boete op omdat eiseres niet het gehele mestoverschot via de RMO heeft afgevoerd, wat een overtreding is van artikel 33a van de Meststoffenwet.
Eiseres stelde dat de groei van het bedrijf sneller ging dan verwacht en dat de RMO ontoereikend was, waardoor zij niet verwijtbaar was. De rechtbank oordeelde dat de groei binnen haar invloedssfeer lag en dat zij maatregelen had kunnen nemen om het overschot te beperken. Ook een heranalyse van het stikstofgehalte had kunnen plaatsvinden. Daarom was er geen sprake van verminderde of ontbrekende verwijtbaarheid.
Verder voerde eiseres aan dat het melkveebedrijf en het akkerbouwbedrijf als één bedrijf gezien zouden moeten worden, zodat het overschot wel was verwerkt. De rechtbank verwierp dit omdat het om twee afzonderlijke bedrijven gaat. Ook matiging van de boete wegens bijzondere omstandigheden werd afgewezen omdat de wetgever bewust heeft gekozen voor het verbod zonder uitzonderingen in deze situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens niet voldoen aan de mestverwerkingsplicht wordt ongegrond verklaard.