Op 7 maart 2019 stichtte een 20-jarige vrouw brand in haar kamer van zorginstelling Dimence te Zwolle. De rechtbank acht bewezen dat zij opzettelijk vuur aan kleding, matras en bed bracht, waardoor brand ontstond en gemeen gevaar voor goederen bestond. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het gevaar voor levens of zwaar lichamelijk letsel omdat dit niet wettig en overtuigend is bewezen.
De rechtbank oordeelt dat verdachte leed aan een psychose ten tijde van de brandstichting, waardoor zij ernstig beperkt was in haar keuzevrijheid. Psychiatrisch onderzoek bevestigt dat zij paranoïde wanen had en geen gedragsalternatieven had. Daarom verklaart de rechtbank haar volledig ontoerekeningsvatbaar en niet strafbaar.
Hoewel het feit ernstig is, legt de rechtbank geen straf of maatregel op. Verdachte werkt vrijwillig mee aan behandeling en er is geen noodzaak voor rechterlijke machtiging. De rechtbank vertrouwt op een positieve afloop van de behandeling en acht de algemene veiligheid voldoende gewaarborgd.
De rechtbank baseert zich op verklaringen van personeel, het feit dat verdachte het ontruimingsplan bestudeerde, het inschakelen van het brandalarm en haar eigen verklaringen over haar motief. De zaak wordt civielrechtelijk behandeld met het oog op psychiatrische zorg en resocialisatie.