Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
3 [drie] maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 [twee] jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 [honderdtachtig] uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 dagen;
[slachtoffer], wonende te [plaats] : van een bedrag van
€ 40.272,55 [veertigduizend tweehonderdtweeënzeventig euro en vijfenvijftig cent](te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 15.000,00 immateriële schade vanaf 18 april 2018 en over het bedrag van € 25.272,55 materiele schade vanaf 18 juni 2019);
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 40.272,55 [veertigduizend tweehonderdtweeënzeventig euro en vijfenvijftig cent], te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 15.000,00 immateriële schade vanaf 18 april 2018 en over het bedrag van € 25.272,55 materiele schade vanaf 18 juni 2019 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 236 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer], wonende te [plaats] , voor een deel van
€ 20.081,88 [twintigduizend eenentachtig euro en achtentachtig cent]niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
mr. D.L. Westendorp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.H. van den Ham-Pool, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2019.
Het proces-verbaal van aangifte van 20 april 2018 (pagina 11-12), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, alsverklaring van aangever:
De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 juni 2019, voor zover inhoudende, alsverklaring van verdachte:
Het proces-verbaal van verhoor getuige van 22 juni 2018 (pagina 29-34), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, alsverklaring van getuige [getuige 1]:
Het proces-verbaal van verhoor getuige van 25 april 2018 (pagina 24-25), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, alsverklaring van getuige [getuige 2]:
Het proces-verbaal van verhoor aangever van 24 april 2018 (pagina 14-15), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, alsverklaring van aangever:
Het proces-verbaal van bevindingen van 20 april 2018 (pagina 19), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, alsbevindingen van verbalisant [verbalisant]:
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafvordering, te weten een letselrapportage van de GGD IJsselland (forensische geneeskunde) van 10 oktober 2018 (pagina 40-41),voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: