Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 22 mei 2019 met producties,
- de mondelinge behandeling van 12 juni 2019,
- de pleitnota van [gedaagde ] c.s.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
980,00
Rechtbank Overijssel
Eiser, een ondernemer in de paardenhandel, vordert een voorschot van €250.000,- van zijn accountant en administratiekantoor wegens vermeende tekortkomingen in de administratie en belastingaangiftes over 2011 en 2012. De Belastingdienst voerde een boekenonderzoek uit en een strafrechtelijk onderzoek werd gestart door de FIOD.
Eiser stelt dat gedaagde onjuiste adviezen gaf en onjuiste belastingaangiftes deed, wat leidde tot schade. Gedaagde betwist dit en stelt dat de werkzaamheden beperkt waren tot een samenstellingsopdracht met relatief lage facturering.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van onverwijlde spoed en dat het kort geding zich niet leent voor bewijsvoering. Er is onduidelijkheid over de aard van de overeenkomst en het tekortschieten van gedaagde is niet voldoende onderbouwd. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot voorschot schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid.