De eiser trad in juli 2017 aan als statutair bestuurder bij Zonnehuisgroep, een zorginstelling voor ouderen met dementie. In oktober 2018 ontvingen de Raad van Toezicht een brief ondertekend door 30 medewerkers, waarin melding werd gemaakt van een onveilige situatie en wantrouwen jegens de bestuurder. Deze brief werd aangemerkt als klokkenluidersmelding en leidde tot een onderzoek en de non-actiefstelling van de eiser.
De eiser vorderde in kort geding inzage in de klokkenluidersbrief en het onderzoeksrapport om haar standpunt in hoger beroep te onderbouwen. Zonnehuisgroep weigerde deze documenten te verstrekken, stellende dat de anonimiteit van de klokkenluiders beschermd moet blijven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief terecht als klokkenluidersbrief was aangemerkt en dat de bescherming van de anonimiteit van de melders essentieel is, niet alleen voor hun rechtspositie maar ook om toekomstige klokkenluiders te beschermen. Aangezien de eiser al kennis had van de inhoud en een samenvatting van het rapport, was het belang bij volledige inzage onvoldoende om de bescherming te doorbreken.
Daarom werd de vordering afgewezen en de eiser veroordeeld tot betaling van de proceskosten.