ECLI:NL:RBOVE:2019:2395
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende schijn van partijdigheid
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. R.M. van Vuure, rechter bij de rechtbank Overijssel, vanwege vermeende schijn van partijdigheid. Dit verzoek hield verband met het feit dat mr. Van Vuure in het verleden deel uitmaakte van een meervoudige kamer met een collega die betrokken is in een civiele procedure tegen verzoeker.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 2 juli 2019 in het openbaar. Zowel verzoeker als de officier van justitie verschenen, terwijl mr. Van Vuure afwezig was. De wrakingskamer oordeelde dat de enkele omstandigheid dat mr. Van Vuure ooit met een bepaalde rechter heeft samengewerkt onvoldoende is om een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid aan te nemen.
Verder wees de kamer het argument af dat persoonlijke relaties binnen de voormalige werksfeer van de rechter aanleiding zouden geven tot wraking, aangezien de betrokken collega geen procesdeelnemer is in de strafrechtelijke procedure tegen verzoeker. Gezien het ontbreken van concrete feiten en omstandigheden werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De beslissing werd op 11 juli 2019 uitgesproken door de wrakingskamer, bestaande uit drie rechters, en is niet vatbaar voor beroep of hoger beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Van Vuure wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.