Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Vonnis van 17 juli 2019
de vennootschap onder firma
publiekrechtelijk lichaam
De weergave van het procesverloop
De verdere beoordeling van het geschil
De totale winstderving” ad € 8.067.869,- te vermeerderen met de wettelijke rente “
over ieder schadejaar, vanaf 1 juli van het eerste door deskundigen in aanmerking genomen schadejaar tot 1 juli 2020, waarbij de wettelijke rente verschuldigd is over het betreffende jaar” tot de algehele voldoening;
over ieder schadejaar, vanaf
zoals blijkend uit productie 3”) met dien verstande dat voor de vordering terzake van investeringsverlies in de droogtrommel de ingangsdatum voor de wettelijke rente gesteld dient te worden “
op de dag waarop deze conclusie genomen wordt”, zijnde 19 september 2018;
Voor het overige volhardt [naam VOF] in haar stellingen en vorderingen”) aldus dat zij daarbij handhaaft de volgende reeds eerder door haar ingestelde vorderingen:
a. Ja, deskundigen begroten de door [naam VOF] gedurende de schadeperiode (2010-2019) gederfde winst op € 3.354.041,-.
5.2. (hypothetische) situatie: fabriek op locatie in Ootmarsum”, “
5.3 situatie na ontbinding koopovereenkomst c.a.”, “
5.4 Voordeelverrekening”, en onder “
5.5. Eigen schuld/schadebeperkingsplicht [naam VOF]”.
(ook)had kunnen beschikken over de techniek die nodig was om de aan haar geleverde biomassa om te zetten in houtpellets van industriekwaliteit (maximaal 3% asgehalte), en vanaf omstreeks 2013, in houtpellets van EN Plus A2-kwaliteit;
moment voor de schadebepaling” geduide datum van 6 mei 2009) tot de (naar zeggen van deskundigen in redelijkheid te mogen veronderstellen) datum van de start van de productie in Almelo, te weten 1 januari 2019;
moment voor de schadebepaling” heeft te gelden de eerder door de rechtbank geduide datum van 6 mei 2009. Dat naar zeggen van de deskundigen als de vroegst mogelijke datum van de start van de productie in Ootmarsum heeft te gelden 1 januari 2010, doet aan voormeld uitgangspunt van de rechtbank voor de voorzienbaarheid en toerekenbaarheid niet af;
ookom die laatste technologische- en marktontwikkelingen daarbij binnen te kunnen halen. [naam VOF] laat na om dit gestelde adequaat in de tijd te plaatsen, reden voor de rechtbank om aan te nemen dat het effectief kunnen zijn voor [naam VOF] van het vooruitschuiven van de bouw van deze fabriek, mogelijk in de gehele periode van 2015 – 2018 een niet onbelangrijke rol heeft gespeeld bij haar afweging om geen haast met de beoogde nieuwbouw te betrachten;
Rechtdoende:
M. van der Wall Bake in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.