De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 55-jarige man die werd verdacht van het witwassen van ongeveer €66.000,- door het contant maken van dit bedrag via verschillende bankrekeningen in maart 2013.
Het dossier betrof een complex financieel onderzoek waarbij het geld oorspronkelijk afkomstig was uit een aanbetaling voor de aankoop van een scheepswerf. Hoewel medeverdachten werden veroordeeld voor verduistering en witwassen, kon niet worden vastgesteld dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld uit een misdrijf kwam.
De rechtbank overwoog dat het verzoek om een groot geldbedrag contant te maken opmerkelijk was, maar dat medewerking daaraan niet automatisch strafbaar is. De situatie veranderde pas na een incident waarbij een deel van het geld onrechtmatig werd verduisterd, maar verdachte was daarvan niet op de hoogte.
Daarom achtte de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij van witwassen.