Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen ten aanzien van feit 1
5.De voorvragen ten aanzien van feit 2
onder 2 ten laste gelegdein zijn vordering niet ontvankelijk dient te worden verklaard.
6.De voorvragen ten aanzien van de feiten 3, 4 en 5
7.De bewijsoverwegingen ten aanzien van feiten 3, 4 en 5
in het algemeengeschikt is de vrees voor een inbreuk op de persoonlijke vrijheid op te wekken, of dat bij de bedreigde de redelijke vrees daarvoor kon ontstaan. Dit is een geobjectiveerd criterium. Niet is vereist dat die vrees ook daadwerkelijk is ontstaan, hoewel aangever in dit geval wel degelijk heeft verklaard zich daadwerkelijk bedreigd te hebben gevoeld. Strekking van de bepaling is te voorkomen dat iemand onder druk wordt gezet door een bedreiging met een ernstig misdrijf. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan hetgeen aangever hierover heeft verklaard, te meer nu voorafgaand aan de bedreiging bij verdachte een vuurwapen met munitie is aangetroffen en hij dus ook over de middelen beschikt om zijn woorden om te zetten in daden. Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat de woorden van verdachte ook niet kunnen worden gezien als ‘slechts’ een onbeheerste uiting van woede. Daarvoor is in aanvulling op de hiervoor al benoemde omstandigheden ook van belang dat de bedreigingen zijn geuit tijdens het identificatieproces enige tijd na de aanhouding van verdachte, een moment waarop de gemoederen enigszins tot bedaren hebben kunnen en moeten komen.
8.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
9.De strafbaarheid van verdachte
10.De op te leggen straf of maatregel
11.De vordering tenuitvoerlegging
12.De toegepaste wettelijke voorschriften
13.De beslissing
niet ontvankelijkin zijn vordering ten aanzien van het
onder 2ten laste gelegde feit;
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) maanden;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 19 december 2016 met parketnummer 96-165453-16 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) weken.