Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeente Dalfsen om handhavend op te treden tegen een schuur die zonder omgevingsvergunning is gebouwd op een bosperceel. De schuur bestaat al decennia en is na beschadiging hersteld, maar zonder de vereiste vergunning. Verweerder heeft het bezwaar van een derde-partij, die handhaving vorderde, deels gegrond en deels ongegrond verklaard, en uiteindelijk een last onder dwangsom opgelegd aan eiser.
De rechtbank oordeelt dat het overgangsrecht uit het bestemmingsplan niet geldt voor de schuur omdat deze zonder vergunning is gebouwd in strijd met het toen geldende plan. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat een beroep op overgangsrecht geen omgevingsvergunning vervangende titel oplevert. De gemeente was daarom bevoegd tot handhaving.
Verder is vastgesteld dat eiser en de derde-partij geen bijzondere omstandigheden hebben aangevoerd die handhaving zouden kunnen verhinderen, zoals concreet zicht op legalisering of disproportionele belangenafweging. De rechtbank concludeert dat het handhavingsbelang zwaarder weegt dan het belang van eiser en verklaart het beroep ongegrond.
Er wordt geen proceskostenvergoeding toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter Esmeijer en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.