ECLI:NL:RBOVE:2019:2831
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete van 21.600 euro opgelegd aan transportbedrijf voor overtreding Arbowet na ongeval met rolcontainer
Een transportbedrijf uit Dedemsvaart kreeg een bestuurlijke boete van €21.600 opgelegd wegens overtreding van artikel 10 van Pro de Arbowet, nadat bij het lossen van schoolboeken een rolcontainer van de laadklep viel en een leerling raakte. Het bedrijf stelde dat zij aan alle matigingsgronden had voldaan en dat het boetestelsel cumulatief moest worden toegepast, maar de rechtbank oordeelde dat het stelsel niet meer cumulatief is.
De rechtbank beoordeelde de vier matigingsgronden afzonderlijk en concludeerde dat het transportbedrijf onvoldoende had aangetoond dat zij een veilige werkwijze had ontwikkeld, de noodzakelijke randvoorwaarden had gecreëerd, adequate instructies had gegeven en adequaat toezicht had gehouden. De risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) was onvolledig en de getroffen maatregelen onvoldoende concreet.
De boete werd berekend op basis van de beleidsregel, met een normbedrag van €13.500 gecorrigeerd voor bedrijfsgrootte en verdubbeld wegens zware overtreding. De rechtbank vond de hoogte van de boete passend gezien de ernst van het ongeval en het ontbreken van veilige werkwijzen en afspraken met de school.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van het transportbedrijf tegen de boete van €21.600 wegens overtreding van artikel 10 Arbowet wordt ongegrond verklaard.