ECLI:NL:RBOVE:2019:2858

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
26 juli 2019
Publicatiedatum
13 augustus 2019
Zaaknummer
C/08/234052 / KG ZA 19-164 JS
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 706 RvArt. 11 Wet griffierechten burgerlijke zaken
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling op grond van garantstelling toegewezen aan Sent Waninge

Sent Waninge vordert betaling van €32.584,31 van Do-Bo Holding, op basis van een garantstelling die Do-Bo Holding heeft afgegeven voor de verplichtingen van Do-Bo Logistics. Sent Waninge heeft reparatie- en onderhoudswerkzaamheden verricht voor Do-Bo Logistics, die haar facturen niet heeft betaald. Do-Bo Logistics is inmiddels ontbonden.

Do-Bo Holding erkent de hoofdsom, waardoor de rechtbank de vordering toewijst. Tevens wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf 24 juni 2019. Sent Waninge vordert ook buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en proceskosten. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen conform het toepasselijke Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.

De beslagkosten en proceskosten worden eveneens toegewezen en begroot. De rechtbank veroordeelt Do-Bo Holding tot betaling van het totaalbedrag van €33.685,15, vermeerderd met wettelijke rente en kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Do-Bo Holding wordt veroordeeld tot betaling van €33.685,15 plus rente en kosten aan Sent Waninge.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer / rolnummer: C/08/234052 / KG ZA 19-164 JS
Vonnis in kort geding van 26 juli 2019
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SENT WANINGE ZWOLLE B.V.,
gevestigd te Zwolle,
eiseres,
advocaat mr. R. de Bondt,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DO-BO HOLDING B.V.,
gevestigd te Zwolle,
gedaagde,
procederend bij C.A.J. Schraag, directeur en bestuurder.
Partijen zullen hierna Sent Waninge en Do-Bo Holding genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 25 juni 2019,
  • de mondelinge behandeling op 15 juli 2019.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1.
Sent Waninge vordert – samengevat – veroordeling van Do-Bo Holding tot betaling van € 32.584,31, vermeerderd met rente en kosten. Sent Waninge legt hieraan het volgende ten grondslag. Sent Waninge is met Thermo Tank B.V., handelend onder de naam Do-Bo Logistics, op 27 augustus 2014 een overeenkomst aangegaan, op grond waarvan Sent Waninge op regelmatige basis reparatie- en onderhoudswerkzaamheden heeft verricht voor rekening van Do-Bo Logistics. Do-Bo Holding, enig aandeelhouder van Do-Bo Logistics, heeft op 15 september 2014 een schriftelijke verklaring afgegeven waarin zij zich garant stelt voor de door Do-Bo Logistics aangegane verplichtingen. Do-Bo Logistics heeft, in de periode van 1 december 2018 tot en met 11 juni 2019, facturen van Sent Waninge tot een bedrag van € 32.584,31 onbetaald gelaten. Do-Bo Logistics is per 24 mei 2019 ontbonden. Op grond van voormelde garantstelling vordert Sent Waninge nu betaling van Do-Bo Holding.
2.2.
Het spoedeisend belang is voldoende gegeven; dit wordt door Do-Bo Holding ook niet betwist.
2.3.
Do-Bo Holding heeft de vordering tot betaling van de hoofdsom van € 32.584,31 erkend, zodat deze zal worden toegewezen.
2.4.
De wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW Pro zal als onweersproken eveneens worden toegewezen.
2.5.
Sent Waninge heeft betaling van de buitengerechtelijke kosten gevorderd. De voorzieningenrechter stelt vast dat Sent Waninge voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Sent Waninge heeft in het lichaam van de dagvaarding een bedrag van € 1.100,84 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd en in het petitum een bedrag van € 1.184,84. Het in het lichaam van de dagvaarding gevorderde bedrag van € 1.100,84 komt overeen met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
2.6.
Sent Waninge vordert Do-Bo Holding te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 639,00 aan griffierecht en € 369,70 aan explootkosten.
2.7.
Do-Bo Holding zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Ingevolge artikel 11 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken wordt op het griffierecht van de onderhavige procedure het griffierecht van het beslagrekest in mindering gebracht. De kosten aan de zijde van Sent Waninge worden begroot op:
- dagvaarding € 81,83
- griffierecht € 1.353,00 (€ 1.992,00 minus € 639,00)
- salaris advocaat €
527,00
Totaal € 1.961,83
2.8.
De nakosten, waarvan Sent Waninge betaling vordert, zullen worden toegewezen op de wijze zoals in het dictum bepaald.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt Do-Bo Holding om aan Sent Waninge te betalen een bedrag van € 33.685,15 (drieëndertigduizend zeshonderdvijfentachtig euro en vijftien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over het bedrag van € 32.584,31 met ingang van 24 juni 2019 tot 25 juni 2019,
3.2.
veroordeelt Do-Bo Holding in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.008,70,
3.3.
veroordeelt Do-Bo Holding in de proceskosten, aan de zijde van Sent Waninge tot op heden begroot op € 1.961,83,
3.4.
veroordeelt Do-Bo Holding in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Do-Bo Holding niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Koene en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2019. [1]

Voetnoten

1.type: