Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
UIP IV B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Den Haag,
UIP,
APOTHEEK AA-LANDEN B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,
de apotheek,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Dringend eigen gebruik
“de verhuurder aannemelijk maakt dat hij, zijn echtgenoot, zijn geregistreerde partner, een bloed- of aanverwant in de eerste graad of een pleegkind het verhuurde persoonlijk in duurzaam gebruik wil nemen en hij daartoe het verhuurde dringend nodig heeft. Onder duurzaam gebruik wordt niet begrepen vervreemding van de bedrijfsruimte, maar wel renovatie van de bedrijfsruimte die zonder beëindiging van de huur niet mogelijk is”.
de vordering kan toewijzen op grond van een redelijke afweging van de belangen van de verhuurder bij beëindiging van de overeenkomst tegen die van de huurder bij verlenging van overeenkomst. De rechter wijst de vordering in elk geval af indien van de huurder, bij een redelijke afweging van de voormelde belangen van hem (…) tegen de voormelde belangen van de verhuurder, niet kan worden gevergd dat hij het gehuurde ontruimt.”
4.8.1. Het gaat om een afweging van gelijksoortige, namelijk bedrijfseconomische belangen. Enerzijds het bedrijfseconomische belang van UIP om de concurrentiepositie en daarmee de beleggingswaarde van het winkelcentrum te behouden, anderzijds het bedrijfseconomische belang van de apotheek om voldoende omzet te draaien om de bedrijfsvoering te kunnen continueren en de werkgelegenheid van het personeel te kunnen behouden.