ECLI:NL:RBOVE:2019:3410
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging TBS-maatregel met voorwaarden en afwijzing verlengingsvordering
De rechtbank Overijssel behandelde op 12 september 2019 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van een man die sinds 2011 deze maatregel ondergaat na bewezenverklaring van doodslag.
Uit rapportages van de psychiater en reclassering blijkt dat de terbeschikkinggestelde een stabiele psychiatrische toestand heeft, met schizofrenie en een lichte verstandelijke beperking, en een laag recidiverisico. Hij accepteert medicatie en begeleiding, en heeft ziekte-inzicht. De reclassering benadrukt het belang van abstinentie, medicatie en intensieve begeleiding als pijlers voor stabiliteit.
De rechtbank constateert dat de terbeschikkinggestelde stabiel functioneert zonder incidenten, op uitzondering van een psychotische decompensatie in 2016 door medicatiewijziging. De verleende voorwaardelijke rechterlijke machtiging biedt voldoende waarborgen voor continuering van zorg en medicatie.
Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank verlenging van de TBS-maatregel niet langer noodzakelijk en wijst de vordering tot verlenging af. De maatregel wordt beëindigd onder voorwaarden, waarbij de terbeschikkinggestelde onder behandeling blijft binnen een rechterlijke machtiging op grond van de Wet Bopz.
De beslissing is genomen in overeenstemming met de standpunten van de officier van justitie, de terbeschikkinggestelde en deskundigen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de TBS-maatregel af en beëindigt de maatregel onder voorwaarden.