Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. C.Y. Huang en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. R.W. Hoevers, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
[slachtoffer 5] (ambulant begeleider bij [stichting] ) heeft mishandeld
de eerbaarheid heeft geschonden
op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten op/nabij
een binnenplaats, gelegen aan de achterzijde van en/of behorende bij de
woningen aan de [adres 4] ,
door zijn geslachtsdeel te ontbloten en/of te tonen en/of (vervolgens)
zichzelf te masturberen;
de eerbaarheid heeft geschonden
op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten in een
Snooker- en Poolcentrum (gelegen aan [adres 5] ),
door zijn geslachtsdeel te ontbloten en/of te tonen en/of (vervolgens)
zichzelf te bevredigen;
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 januari 2019;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 21 juli 2018, pagina’s 96 en 97;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 7 september 2018, pagina’s 99 en 100.
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 januari 2019;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 13 juni 2018, pagina’s 3 en 4.
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 januari 2019;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] van 2 augustus 2017, pagina’s 3 tot en met 5.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
€ 472,56, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
€ 5.461,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
[slachtoffer 2] en [aangeefster] goed zijn onderbouwd en geheel kunnen worden toegewezen. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de kosten van het ondergoed en het smartengeld toewijsbaar zijn en dat benadeelde voor het overige deel niet-ontvankelijk in haar vordering verklaard moet worden. Ten aanzien van de vordering van [aangeefster 3] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het smartengeld kan worden toegewezen, en dat de benadeelde voor het overige ten aanzien van de materiële schade niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering.
€ 500,00.
€ 3.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
9.De vorderingen tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
ter beschikking wordt gesteld;
van overheidswege wordt verpleegd;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.375,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van
23 dagenzal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 684,04,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van
13 dagenzal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 200,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van
4 dagenzal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.600,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2009 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van
46 dagenzal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;
V: Vervolgens is er telefonisch contact geweest tussen jullie. Wat is er toen precies gezegd?