ECLI:NL:RBOVE:2019:3533
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid drugslaboratorium Enschede
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 31-jarige man die werd verdacht van betrokkenheid bij het maken en aanwezig hebben van amfetamine in een drugslaboratorium te Enschede. De tenlastelegging omvatte primair medeplichtigheid aan vervaardiging en bezit van amfetamine en subsidiair behulpzaamheid bij de productie.
Tijdens de zittingen op 25 juni en 23 september 2019 werden standpunten van de officier van justitie en de verdediging gehoord. De officier van justitie achtte het primair ten laste gelegde niet bewezen, maar vond subsidiaire betrokkenheid aannemelijk op basis van goederen die verdachte met een bestelbus had opgehaald. De verdediging betwistte dit en stelde dat het vereiste dubbel opzet ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevatte die de goederen in de bestelbus verbonden aan het drugslaboratorium. Ook ontbraken DNA-sporen van verdachte in het laboratorium. Het verband tussen het handelen van verdachte en de productie van amfetamine werd niet aannemelijk geacht. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer te Almelo op 7 oktober 2019, waarbij de rechters F.C. Berg, H. Stam en F.H.W. Teekman het vonnis hebben gewezen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij het drugslaboratorium.