ECLI:NL:RBOVE:2019:3535
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs vervaardiging amfetamine
Op 7 maart 2019 werd verdachte verdacht van het samen met anderen vervaardigen en aanwezig hebben van amfetamine in een drugslaboratorium te Enschede. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vier jaar wegens deze feiten. Tijdens de openbare terechtzitting op 23 september 2019 heeft de rechtbank kennisgenomen van de standpunten van de officier van justitie en de verdediging.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen strafbare handelingen had verricht op de ten laste gelegde datum en dat er geen significante bijdrage van zijn zijde was geleverd aan het vervaardigen van amfetamine. De rechtbank heeft het dossier en de ter zitting behandelde stukken zorgvuldig gewogen.
Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte zich op 7 maart 2019 in nauwe en bewuste samenwerking met anderen schuldig had gemaakt aan het vervaardigen van amfetamine. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het vervaardigen van amfetamine.